Piekfijn van Boord!

Woensdagavond 21 januari , het vriest licht en ik fiets via de Beekstraat en Weverstraat naar het Boord. Het is me gelukt! Na uitvoerig onderhandelen en het tekenen van een geheimhoudingsverklaring krijg ik een afspraak met buurtvereniging -en vooral vriendenclub – “Boord”. We ontmoeten elkaar op een plek die ik niet nader bekend mag maken.

Stille krachten
Eenmaal aangekomen op het erf, zie ik in een schuur licht branden en via een schuifdeur loop ik naar binnen. Ik zie een zestal mannen van wie er drie op een platte wagen staan. De wagenbouw is inmiddels ver gevorderd, de optocht nadert immers snel. Deze drie zijn druk bezig met de afwerking van de wagen. Zoals wel vaker gebeurt, beperken de andere drie zich tot het geven van adviezen. Na een tijdje zien de mannen mij staan, maar ze werken ongestoord verder. Pas nadat ze klaar zijn met het bevestigen van een decoratie, krijg ik de gelegenheid om wat te zeggen. Ik roep: “Ik kom voor het interview”. Een van de mannen roept terug: “’Dan moette an d’n andere kant zijn! Ge kunt dur de tuindeuren naar binnen”.

Bezige bijen
Nog onverrichter zaken steek ik het erf over en door de tuindeuren zie ik bezige vrouwen. Eenmaal binnen lijkt het of ik bij een naaiatelier op bezoek ben van een omvang waar kleermaker Crooijmans jaloers op zou zijn geweest. Er zijn verschillende werktafels ingericht waarachter dames druk bezig zijn met het naaien van kostuums. Ik tel snel maar liefst tien naai- en drie lokmachines. In het midden van de ruimte staat een lange werktafel waarop alle patroon- en knipwerkzaamheden worden verricht. De tafel is vakkundig op blauwe bierkratjes geplaatst om de juiste werkhoogte te bereiken. “Die zijn allemaol al leeg hoor”, roept een dame, die ziet dat ik enigszins verbaasd naar de kratjes sta te kijken. “Gij bent zeker van de krant!”, roept iemand anders. “Nee, nie direct”, zeg ik. “Ik organiseer z’n bietje d’n optocht en vind het leuk om elk jaor bij een groep op bezoek te gaon en daarover een stukske te schrijven”. “Nou, begin maar te vraogen”. Maar ik hoef niet veel te vragen, de meeste dames zijn zo enthousiast dat ze spontaan beginnen te vertellen. “Ja, we beginnen al in augustus, bij d’n jaorlijkse barbecue, mi de urste ideeën, en di jaor waren we er al redelijk snel uit, ook al wissen we toen nog nie da d’n Prins ook van het Boord zou kommen. Da’s natuurlijk super! We hebben hierveur laoter de plannen nog wa aangepast en we pakken dit jaor extra uit. We willen Piekfijn voor d’n dag kommen.”

Geen generatiekloof
“ We doen al 37 jaor mee. Het is d’n urste keer dat de prins van het Boord komt, dus we steken er extra veel werk en energie in. Boord is nog nooit zo mooi geweest. “ De andere dames werken ijverig door aan de kostuums. Aan de muur hangt een moodboard met daarop de stoffen in diverse kleuren en mooie schetsen van de kostuums. Het straalt kennis en ervaring uit van een groep die al jarenlang meedoet. “Het is wel verrekes veul werk, di jaor, witte gij wel mi hoeveul personen wij meelopen? Negenenveertig! De jongste is bijna één en de oudste is zeventig. Daar moeten wij allemaal een pekske veur maken. Vanaf november zijn we al aan de gang en we zijn er zo’n drie avonden per week mee bezig. Trek er is inne an en laot dieje mens is zien hoe goed da staot.” Een van de vrouwen staat spontaan op, loopt naar boven en komt een paar minuten later terug in een prachtig mooi kostuum, waarover ik vanwege de geheimhouding natuurlijk niks mag zeggen. In al die 37 jaar heeft Boord altijd meegelopen in de optocht. Eén keer ging de optocht in Nuenen niet door, gelukkig die van Nederwetten wel. Boord loopt de laatste jaren alleen nog maar mee in Nuenen, omdat hier het meeste publiek is.

Op de valreep
“Zullen we nog efkes bij de mannen gaon kijken”, zegt een jongedame tegen mij. Terug bij de mannen, zie ik dat ze ook daar nog steeds druk bezig zijn. Het enige verschil met het naaiatelier is dat de dames meer praten. Aan de zijkant last iemand vakkundig een as op een onderstel van de wagen; Boord neemt de wagenbouw wel heel letterlijk. “Wa bende aan het maken?”, vraag ik. “Een extra aanhanger, want we zijn dit jaor met extra veul man en die klein kende slecht heul d’n optocht laote lopen”, zegt de man rustig. “Hedde da dan nog op tijd af?”, vraag ik. “Das elk jaor nog gelukt”, zegt hij kalm en hij last rustig verder. “Kom”, zegt de jonge dame, “dan lopen we nog efkes terug”. Eenmaal buiten zegt ze: “We zijn nog elk jaor nat d’n optocht in gegaon”. Terug in het atelier zitten de dames nog driftig te werken. “Om tien uur stoppen we d’r mee en dan gaon we naborrelen. Dan hebben we de meeste pret en soms wordt het dan nog wat later”. Ik kijk op m’n klok. Het is kwart over tien en ik zeg: “Dan bende al aan het overwerken!” “Ja, we moeten ook nog best wel veel doen! Kende gij d’n carnaval nie een week opschuiven?” Ik antwoord: “Dit jaor gaot da nie mir lukken, mar volgend jaor doe ik mijn best voor jullie.”

Piekfijn voor elkaar
“Hedde genoeg informatie” vraagt de jongedame. “Mir dan genoeg”, antwoord ik en ik pak m’ne jas, doe m’nne sjaal om en als ik bij de deur sta, roepen ze nog: “Pas op buiten, het kan glad zijn.”
Onder de indruk van het plezier en enthousiasme waarmee deze groep elk jaar weer een nieuwe wagen bouwt, fietst ik terug naar huis.
Geef buurvereniging Boord een extra luid applaus als ze op zondag 7 februari om half twee weer langstrekken in de kleurrijke en carnavaleske optocht in ons Nuenen.

Jack van der Hoeven
Optochtcommissie

Optocht_2015_Boord

Reageer